Opheffingsuitverkoop

Ik hoorde het van een kennis: Een kledingzaak hield opheffingsuitverkoop. Ik fietste er heen en vond  twee jurken, een zomerbroek en een jasje. Het stond fantastisch, zeker als je (zoals de verkoopster behulpzaam deed) de mouwen een beetje oprolde. Fluitend reed ik naar huis. Leuk spul en ZO GOEDKOOP! Ik hing het in de kast. Het jasje pal vooraan. De jurken bij de jurken en de broek achterin, wachtend op de zomer.

Nu, een maand of twee later, hangt het daar nog steeds. Ongedragen. Het jasje is prachtig, maar de stof is een beetje ruw en bovendien is het zwart. Ik draag nooit zwart. In de winkel dacht ik nog dat het vast leuk zou staan op een rood tricot rokje, dat ik al jaren heb. En dat is inderdaad zo, maar dat rokje draag ik dus ook nooit. Ik hang het jasje bij de andere jasjes. Stuk voor stuk jasjes-die-me-goed-staan en die ik nooit aan trek. Eigenlijk hou ik geloof ik niet zo van jasjes. Ik hou meer van vestjes. Liefst met een capuchon. En dan van een soepele stof. In een vrolijke kleur.

Snel schuif ik de jasjes door en zie de jurken. Tot mijn verbazing zie ik dat ik er vier heb. Nu zes. Ik heb ze nooit aan. Alleen heel soms op een speciale gelegenheid. Ik hoop maar dat het komende jaar veel speciale gelegenheden heeft zodat ik ze allemaal een keer aan kan.

Ik verplaats de jurken naar links, zodat ze ver buiten mijn gezichtsveld hangen. Achter me hoor ik geritsel. Als ik me omdraai staat tante Ka bij de slaapkamerdeur met in haar hand een vuilniszak. Haar vingers zoeken de opening. “Ik leg hem alvast klaar voor je” zegt ze. “Als ik je een tip mag geven: Geef het nu gelijk weg. Dragen doe je het toch niet.” Met twee handen houdt ze de vuilniszak vast en met een kordate zwaai zwiept ze hem open. “Als het hier nog drie jaar in de kast hangt heeft niemand er wat aan.“

Ik haal de jurken weer tevoorschijn en hang ze demonstratief voor mijn neus. “Nou ja zeg! Dit heb ik net nieuw gekocht! Dat ga ik toch niet gelijk weg geven!” Tante Ka rolt de rand van de zak om. “Ik weet het. Maar het zou een stuk efficiënter zijn! Of weet je wat helemaal handig is: Koop het niet. Dan hoef je het ook niet weg te geven.” Met een klap sla ik de kastdeuren dicht. “Dat moet je in de winkel zeggen! Dan heb ik er nog wat aan!“ Ik draai me om en kijk in een stralend gezicht. “Nou…als dat mag: Graag!”. Tante Ka klapt in haar handen. De vuilniszak valt op de grond. “Ik wil DOLGRAAG mee, maar op de één of andere manier ben je weg voor ik het weet. Ik zie je nooit weggaan.” Ik pak een verdwaald prijskaartje van de grond en ook maar gelijk de vuilniszak. Zo gaat het inderdaad. Naar de uitverkoop heb ik tante KA er liever niet bij, met haar zuinige blik en kritische vragen. Het is daarom dat ik snel en sneaky via de achterdeur vertrek. En triomfantelijk met een stapel miskopen door de voordeur binnenkom. Dat moet toch anders kunnen.

Tante Ka draait zich om en kijkt me via de spiegel stralend aan. “Onthouden he? Laat het weten als je gaat. Dan help ik je. Ik weet precies wat je nodig hebt!“. Ik blijf achter met de vuilniszak in mijn handen. Tante Ka loopt naar de keuken. Een kastje slaat dicht. Ik hoor haar mompelen. “Een zacht, rood vestje met een capuchon.” Misschien moet ik het toch eens overwegen.

 

 

Reacties
  1. 10 maanden ago

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *

Please type the characters of this captcha image in the input box

Typ de letters van de captcha over in het invoerveld